Haiku
Gastheer

Ver Onderweg

ImageJeroen Gooskens, Ver onderweg, 270 blz, ISBN 90 5625 0469, Valkhof Pers Nijmegen, 1998 (eerste druk), 2001 (tweede druk), 2004 (derde druk), 2007 (vierde druk), 2011 (vijfde druk), euro 15,90

Het boek is verkrijgbaar bij de Nederlandse en Belgische boekhandel. 

Van de achterflap
Uit de boekbesprekingen
Enige passages uit het boek

 

Van de achterflap

WandelenJeroen Gooskens beoefent de kunst van het lange-afstandwandelen. Een wandeling van drieduizend kilometer naar Santiago is voor deze eigentijdse pelgrim een mooie gelegenheid om de wereld en het leven te beschouwen en vormt een bron van observaties en overpeinzingen.

"Ver Onderweg" is een aanstekelijk boek dat veel lezers zal meeslepen in de wereld van de wandelaar; in een eindeloze deining van landschappen en herinneringen zoekt de schrijver overdag zijn weg en elke avond een bed. De natuur beziet hij met liefde voor details, kloosters zoekt hij op als een oude huisvriend, als vijftiger kijkt hij vaak terug en soms vooruit. Alles beschrijft hij met mildheid en veel gevoel voor relativering. Elke mens gaat zijn weg, elke weg is de moeite waard. Dat geldt voor het leven, dat gaat zeker op voor een voetreis naar Santiago. Vele wegen heeft Jeroen Gooskens links of rechts moeten laten liggen, slechts één weg kon hij kiezen. Die weg heeft hem niet alleen geboeid en getekend, ze heeft hem gaandeweg geslepen van wandelaar tot pelgrim.

Uit de boekbesprekingen

" Een bijna adembenemend spannend boek! Gooskens' wandelen is een vervoerd beschouwen; zijn wijze van vertellen is zo beeldend, persoonlijk, afwisselend en humoristisch. Prachtige reisliteratuur."

" Elke voetstap voel je mee, de wind die vlaagt, de honger die knaagt, het verlangen naar huis. Een welverdiende rustdag, een onverwachte ontmoeting, een verkwikkende zonnestraal. Dit relaas is een weldoend medicijn voor eenieder die snakt naar rust en stilte in ons vaak veel te gejaagde bestaan." 

camino" In tegenstelling tot een groot aantal andere auteurs is Gooskens erin geslaagd een boeiend verslag van de pelgrimstocht der pelgrimstochten te schrijven. Hij heeft namelijk wél schrijftalent en Ver Onderweg is dan ook een aaneenrijging van prachtige overpeinzingen en observaties."

"Veel reisverhalen zijn er geschreven over de tocht naar Santiago. Ver onderweg van Jeroen Gooskens springt er absoluut tussenuit. Waarom? Waarschijnlijk omdat de schrijver als oud-Augustijn een godsdienstige achtergrond heeft en de tocht niet alleen voor de symboliek maakt. Hij slaapt bij voorkeur in kloosters wat bijzondere ontmoetingen oplevert. De pelgrimage zet hij bovendien neer met gevoel voor detail en mooie sfeerschetsen. Een boek voor in de rugzak "

Enige passages uit het boek

bibliotheekDe vreugde van het voorspel.

" De laatste maanden ben ik er bijna dagelijks mee bezig: lezend in een warme bibliotheek dool ik rond in duistere middeleeuwen. Zwerfmonniken en heksenverbrandingen, minstrelen die op glanzende steekspelen aan adellijke hoven hun feodale heren bezingen. Maar bij het gewone volk overheerst bittere armoe en de strijd om het naakte bestaan. Alom waart de gesel van de pest en de angst voor de hel, menigeen zoekt troost in hemelse wonderen.

Ik zie Europa één worden in een Karolingisch keizerrijk, in een zich wijd en zijd verbreidende christelijke cultuur. Onder bescherming van Cluny trekken scharen pelgrims over de sterrenweg naar het westen, waar de vrome verbeelding de apostel Jacobus begraven heeft. 'Pia fraus', bedrog van een schone legende, een geslaagde meestertruc om de reconquista onder onverdacht vaandel te brengen en het Iberische schiereiland een heilige trekpleister te bezorgen. Ik smul van de verhalen en wil op pad."

 
Het spektakel van de natuur.

" Op de grond een bont tapijt van vochtminnaars: het blauw van krokus en orchis, paarsblauw longkruid, het geel van sleutelbloemen en speenkruid. Op ooghoogte slingert een kleurig lint langs de bochtige boorden van de Maas: geelgroene els en roodbruine populier. Daarboven zie ik in één oogopslag vier jagende buizerds en een paartje traagwiekende reigers. maasdalIk klim het Maasdal uit en zie een blauwe rookspiraal omhoog kringelen, alsof er ergens vuurtje wordt gestookt. Van vuur blijkt geen sprake, het is een trekgat waar vochtige lucht uit het Maasdal door afkoeling overgaat in blauwe damp.....Toevallig kom ik er vandaag langs om het fenomeen te bewonderen, in negenennegentig van de honderd gevallen blijft het ongezien. Wat een overdaad van schoonheid zonder beschouwer!

Als mensen iets moois maken stellen ze het ten toon in musea en de makers ijveren om roem. Zo niet de natuur, die is er zomaar en altijd, gratis en voor iedereen, veelal ongezien en te vaak ongeroemd. Ik heb het gevoel dat ik als wandelaar toch een functie uitoefen: vandaag, deze weken, ben ik namens de mensheid publiek bij het spektakel van de natuur. Ik kijk, ik bewonder, ik applaudisseer. Tijd en ogen kom ik te kort, ik zou een verrekijker en een vergrootglas bij me willen hebben."

 
Een vrouwenruimte

"Vandaag geen romaanse kerk die de show steelt, maar een oude wasplaats. wasplaatsOp de achtergrond roert zich het leven: vogels die fluiten, populieren die ruisen, een tractor die brult. Alle geluiden klinken gedempt in de koele, donkere ruimte. Het plafond rust op pilaren, de eiken spanten zijn aangevreten door de houtworm, in banen valt zonlicht door de kozijnen naar binnen. Geel licht op vochtige steen, een spel van trillende lichtvlekken op het nimmer stille water. Met het oog van mijn fantasie, bijna als een gluurder, zie ik vrouwenbillen ritmisch op en neer bewegen, terwijl gelooide handen het wasgoed over de borden schrobben. Ik hoor denkbeeldige gesprekken van vrouwengroepen van vér voor het feminisme: de uitwisseling van niemendalletjes en burenruzies, dagelijkse zorgen en diepe geheimen. Want de wasplaats functioneerde weleer voor vrouwen als biechtstoel en als therapieruimte: wassen was de gemeenschappelijke bezigheid en solidariteit een kostbaar nevenproduct."

 
Geen ruimte voor vrouwen

trappistenabdij"Het genot van een rustdag in een trappistenabdij. Gastvrijheid zonder pretenties, rust in alle opzichten. De deur wordt er niet plat gelopen en daar zijn de bewoners ook niet op uit. Geen vermelding in VVV-folders, geen pr-pater, geen enkele poging om aandacht van mensen te trekken. Zelfs geen busverbinding met de bewoonde wereld, vanaf Dompierre moet je gewoon zes kilometer lopen om hier te komen. Maar wie die horde neemt en bij de poort aanbelt, wordt dan ook zonder voorbehoud binnengelaten om mee te eten en mee te bidden.

Dat 'zonder voorbehoud' is de halve waarheid; slechts de helft van de mensen mag naar binnen, je moet man zijn. De gelofte van kuisheid van de bewoners wordt beschermd door de clausuur, vrouwelijke aanwezigheid zou maar werken als duivelse verleiding en je moet de kat niet op het spek binden. De oplossing is even oud als rigoureus: wat niet ziet, wat niet deert. Dat zo'n restrictieve aanpak niet werkt is door Freud al lang aangetoond, maar de kerk weet er nog steeds geen raad mee. Niet met vrouwen en niet met seksualiteit. Nog steeds heerst in kerkelijke kringen veel onnodige krampachtigheid waarmee de kerk mensen van zich vervreemdt. Maar ongelijk bekennen staat niet in het woordenboek van Rome. Liever dan dat doet de laatste paus onfeilbaar het laatste licht uit."

 
Middeleeuwse roem en vuige list

"Conques in het zuidwesten van Frankrijk is vergelijkbaar met Vézelay in het noordoosten. Allebei kleine dorpen met grote kerken, allebei verzamelpunten voor Santiagogangers, allebei meer historie dan heden….. Conques dankt middeleeuwse roem aan vuige list. Oorspronkelijk lag de heilige Fides begraven in Agen, en de wonderlijkste wonderen van Fides zouden Conques niet hebben gebaat als Arivisius er niet was geweest.

Conques was een plaatsje van niks in de Quercy, het arme klooster dreigde te worden overvleugeld door de concurrenten in Figeac. Daar wist de sluwe Arivisius een stokje voor te steken. Hij reisde naar Agen, trad daar in het klooster en deed zich twee lange jaren voor als vrome Fidesfan; als beloning mocht hij toen de botten van zijn idool bewaken. Daar was het de schurk precies om begonnen, hij jatte het heilige gebeente en spoedde zich ermee naar Conques waar de relikwieën en wondergeruchten zorgden voor grote toeloop. ConquesZieken en gehandicapten als directe belanghebbenden, de vrome massa als wondertoeristen. Dat leverde geld op, en die centjes werden devoot belegd in het romaanse bouwwerk dat Conques in de verre omtrek beroemd zou maken. Op het dorpsplein floreerde de handel, troubadours en jongleurs zorgden voor het nodige amusement; zo verspreidde zich de faam van Conques en groeide haar welvaart.

Vandaag de dag is die faam vergaan en de welvaart voorbij. Op straat een paar kippen en een kat, verder niets. Maar ik ben wel op tijd om de avondzon op het romaanse timpaan te zien schijnen. In het midden troont God in zijn majesteit, aan zijn rechterhand staan vrome figuren in de verte te staren, links wriemelen ravottende wezens. Een saaie hemel versus een levendige hel. Het middeleeuwse oog keek daar anders tegenaan, het zag de hemelse aanschouwing als toppunt van geluk en het geile genot als voorbode van verdoemenis; de afbeelding diende als oproep om mensen van dat zondige gedoe af te houden. Dat tijdperk van schuld en boete ligt achter ons; driftige mensen worden nu in toom gehouden door meer agenten, meer cellen, meer voorbehoedmiddelen. Het primaat van interne controle heeft plaats gemaakt voor dat van externe controle, belangrijker dan het geweten is de pakkans. Normen worden minder gebaseerd op beginselen en meer op statistiek, kwaad heet nu deviant en wordt afgemeten aan de grootste gemene deler, de meerderheid heeft gelijk. En nog is het geen hemel op aarde.

 
Voorbijgangers in de tijd.

"Alles is heden. Gisteren eindigt pas morgen, en morgen begon tienduizend jaar geleden." Spoorwegen en kloosters, Romeinse wegen en oorlogskerkhoven, bomen en stenen hebben die spreuk van Faulkner in mij tot leven gewekt, ik loop er hele dagen mee rond. Met verwondering en deemoed loop ik door het land, ik zie de verrichtingen van onze beschaving maar ook de verwoesting door eigen hand... Het wonderlijkste van alle gedenk over de tijd is dat het niet deprimeert, maar juist bevrijdend werkt.... Wij voegen ons in oude sporen, op onze beurt zijn wij ook maar weer een generatie die voorbijgaat. "

Slotakkoord

Cabo FisterraFisterra. Het pad slingert omhoog naar de kaap; in de kerk van Santa Maria Serena verzamelen zich zwarte gedaanten voor een uitvaart, het "In Paradisum" vervliegt in de bulderende wind. Ik loop als de laatste mens over de laatste aarde, om me heen slechts het schreeuwen van de meeuwen. Bij de vuurtoren staat een bouwval, vensters met gebroken ruiten staren als dode ogen in de schuimende verte. Er is niets meer te zien, geen mens, geen grens, geen horizon. Alleen ben ik met het geraas van de branding en het opspattend schuim. Een uitstekende rotspunt biedt houvast, ik staar in de verte. Ik denk aan de januaristorm bijna vier jaar geleden, toen tussen kreunende dennen het plan voor deze tocht werd geboren. Nu is de cirkel rond, de droom is gedroomd. Om me heen sluit zich het heelal van water als een reusachtige baarmoeder. Ik ben er. Wat dover, wat wijzer. Hier zijn geen woorden voor. Dit is het einde.

System.String[]
Gedicht
Statistieken
Gebruikers
56
Artikelen
64
goldpharm.netbuy Cipro